Energietransitie

Wat is de energietransitie en hoe gaan we die voor elkaar krijgen?

De energietransitie. Het woord verschijnt dagelijks in de media, het is onderwerp van gesprek in de grootste bedrijven en de politiek heeft er al ontelbare debatten aan gewijd. Maar wat houdt het precies in? Waarom moet die energietransitie plaatsvinden? En vooral: wat moet er gebeuren om het waar te maken?

De energietransitie: van fossiel naar hernieuwbaar

De energietransitie is de overgang van een systeem waarin we gebruik maken van energie uit fossiele brandstoffen (zoals kolen, aardolie en aardgas) naar een systeem gebaseerd op duurzame bronnen (zoals zon, wind en waterkracht). Die duurzame bronnen noemen we ook wel hernieuwbaar, omdat deze constant worden aangevuld. Zon en wind zijn er bijna altijd. In tegenstelling tot de fossiele bronnen, die op een gegeven moment uitgeput zijn. Maar los van de beschikbaarheid, is er nog een veel groter probleem met fossiele energie.

Bij het gebruik van fossiele brandstoffen komt namelijk CO2 vrij. Heel veel meer CO2 dan onze atmosfeer aankan. Dat zorgt ervoor dat de aarde in rap tempo opwarmt. Wetenschappers zijn het er unaniem over eens: die temperatuurstijging heeft desastreuze gevolgen voor de ecosystemen die nodig zijn om deze planeet leefbaar te houden. Het meest recente IPCC rapport – een uitgebreid en toonaangevend onderzoeksrapport vanuit het VN Klimaatpanel - is daar ondubbelzinnig over. Sterker nog: de urgentie om snel in te grijpen blijkt nog groter dan tot nu toe werd gedacht.

Reden genoeg om te stoppen met fossiele brandstoffen. Zeker als er zulke mooie alternatieven voor zijn. Helaas blijkt dat makkelijker gezegd dan gedaan.

De energietransitie gaat namelijk niet alleen over het simpelweg switchen van energiebron. Het hele energienetwerk dat we sinds de industriële revolutie hebben opgezet, is ingericht op het transport van fossiele energie. Dat is niet zo één, twee, drie aangepast. Aan fossiele energie zijn bovendien een hoop economische en geopolitieke belangen gekoppeld. De noodzaak voor de energietransitie is dus overduidelijk, maar de bereidheid om mee te werken bestaat nog lang niet overal.

Tijd dus om het heft in eigen handen te nemen!

Meer zon en meer wind

Om te beginnen zullen we simpelweg meer duurzame energie moeten opwekken. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Dat hebben we vastgelegd in het klimaatakkoord. Van alle energie die we gebruiken in Nederland, is nu nog maar 11,5% hernieuwbaar. In dit tempo halen we het dus niet.

Gelukkig zijn er allerlei manieren om groene stroom op te wekken. Waterkracht is wereldwijd bijvoorbeeld al een beproefde duurzame energiebron. Maar de kansen voor waterkracht zijn in Nederland heel beperkt. We hebben immers geen grote hoogteverschillen van water door het ontbreken van echte bergen

Er zijn ook waanzinnig interessante ontwikkelingen gaande in de zoektocht naar nieuwe duurzame manieren van energieopwekking. Blue energy is daar een mooi voorbeeld van: energie die vrijkomt bij het mengen van zoet en zout water. Maar dit soort methoden zijn nog niet breed beschikbaar en schaalbaar, de ontwikkeling staat nog in de kinderschoenen.

Wat zijn dan de meest logische oplossingen die op korte termijn al gerealiseerd kunnen worden en waarmee we tempo kunnen maken?

Zon en wind!

De technieken om zon en wind om te zetten in duurzame energie zijn breed beschikbaar. En ze zijn nog eens financieel lucratief ook. Daarmee weten we wat ons te doen staat. Daken volleggen met zonnepanelen, het aanleggen van zonneparken op grond die dubbel gebruikt kan worden (denk aan carports of geluidswallen) en windmolens bouwen op zee en op land.

Hoe oude systemen de energietransitie tegenhouden

Toch is er een kanttekening. Met alleen het opschalen van het aanbod van duurzame energie zijn we er niet. En dat heeft alles te maken met een belangrijke eigenschap van grijze stroom. Dat aanbod is namelijk beïnvloedbaar, maakbaar. Als we meer energie nodig hebben, kunnen de kolen- en gascentrales hun productie opschroeven. En als we minder nodig hebben, kunnen ze weer afschakelen.

Groene stroom is daarin wezenlijk anders. Die is afhankelijk van de momenten waarop de zon schijnt en de wind waait. Het is wisselvallig, ook wel ‘volatiel’. We kunnen de productie dus niet beïnvloeden.

De infrastructuur voor onze energie is niet gebouwd om met deze wisselvalligheid om te gaan. Ons netwerk kan continue, voorspelbare energiestromen transporteren. Maar als de zon ineens flink schijnt en er dus meer groene energie het net op stroomt, kan ons net dat niet aan. We hebben het dan over netcongestie.

Omdat het aandeel groene stroom tot een paar jaar geleden minimaals was, vormde dat nog niet zo’n probleem. Maar nu er steeds meer groene productie bij komt, wordt dat wel een probleem. Laat staan hoe groot die beperking is op het moment dat we de benodigde stappen gaan maken om de productie van groene stroom exponentieel op te schalen.

Aangezien de netcongestie vooral technisch van aard is, lijkt het misschien logisch dat de oplossing ook uit de technische hoek moet komen. Maar dat is niet helemaal waar. Ook hier kunnen we het heft in eigen hand nemen. We hoeven niet af te wachten tot overheid en de grote netbeheerders dit probleem hebben opgelost. We kunnen ook zelf aan de slag door te kijken naar ons eigen gedrag.

Van vraaggestuurd naar aanbodgedreven

In onze beleving is energie er altijd. Maar we gaan naar een systeem waarin stroom er op sommige momenten in overvloed is en op andere momenten juist minder. Onze energieconsumptie is nog niet ingesteld op die volatiliteit van groene stroom. We zijn gewend om op elk willekeurig moment van de dag alle apparaten aan te kunnen zetten die we maar willen. En op grote schaal: dat we energie-intensieve bedrijfsprocessen ook op alle momenten kunnen plannen.

Om mee te gaan in de energietransitie moeten we flexibeler worden. We moeten de slag maken van vraaggestuurd naar aanbodgedreven. Dit houdt in dat we de momenten waarop we onze energie verbruiken, onze vraag, veel meer gaan afstemmen op het aanbod. Gelijktijdigheid noemen we dat. In de praktijk betekent het dat je je energiegebruik eens goed onder de loep gaat nemen. Want als je weet waar je allemaal energie voor nodig hebt, weet je ook wat écht tijdsgebonden is. En wat je juist kunt verschuiven naar andere momenten. Momenten met een overvloed aan duurzame energie.

Dus wat kun je concreet doen om je klaar te maken voor het energiesysteem van de toekomst?

1. Gebruik de zon én de wind
Zon en wind zijn complementair. Overdag en in de zomer is er meer zon, ’s nachts en in de winter is er meer wind. Door te kiezen voor een combinatie van zonne- en windenergie heb je doorgaans al een veel evenwichtiger aanbod. Via onze slimme energiemarktplaats kies je bronnen bij jou uit de buurt die aansluiten bij jouw energieprofiel.

2. Verplaats je energieverbruik
Onderzoek hoe je jouw verbruik zoveel mogelijk kunt verplaatsen naar momenten met veel duurzame opwek. Zorggroep ’s Heerenloo heeft bijvoorbeeld een aantal energie-intensieve processen uit de avond en de nacht verplaatst naar overdag. Zo kunnen zij hun zelfopgewekte zonnestroom direct gebruiken.

3. Sla energie op
Met energieopslag in batterijen kun je een overschot aan duurzaam opgewekte energie op een later moment verbruiken.

Wil jij je energiehuishouding écht verduurzamen? Wij helpen je daar graag bij!

Wil jij je energiehuishouding écht verduurzamen? Wij helpen je daar graag bij!

Plan een afspraak

Mag ik je op de hoogte houden?

Bijblijven in de energietransitie

Wij maken gebruik van cookies

Onze website maakt gebruik van cookies om het verkeer op de site te analyseren en om je zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn. Door gebruik te maken van de website stem je hiermee in. Voor meer informatie raadpleeg onze Cookie Policy.